Sportdeelname Index – December 2025: Sporten in Nederland in beeld
Beleid
De Landelijke Sportdeelname Index (SDI) geeft maandelijks een actueel beeld van hoeveel Nederlanders sporten en hoe zij dit doen. De index meet sportdeelname...
Auteur: Arie Martijn Schenk
Sportclubs krijgen steeds vaker te maken met maatschappelijke verwachtingen. Ze dragen bij aan gezondheid, ontmoeting, vrijwilligerswerk en sociale samenhang, maar kampen tegelijk met volle accommodaties, druk op vrijwilligers en complexe bestuurlijke keuzes. Dat vraagt om sportadviseurs die niet meteen met oplossingen komen, maar eerst goed leren kijken, luisteren en analyseren.
Tijdens de opleiding Sportadviseur oefenden deelnemers met een geanonimiseerde casus van een omvangrijke voetbalclub met meer dan 1.850 leden en ruim 300 vrijwilligers. De club speelt een brede rol in de omgeving, met samenwerkingen rond onderwijs, fysiotherapie, re-integratie, hergebruik van sportmaterialen en sportdeelname voor mensen met een lager inkomen.
Op papier staat daar een sterke club. In de praktijk liggen er ook stevige opgaven. De velden zitten op zaterdag vol, de druk op kleedkamers neemt toe, het clubhuis is verouderd en professionele ondersteuning ontbreekt. De vraag aan de deelnemers: hoe vertaal je de uitkomsten van een vitaliteits- en impactonderzoek naar een ondersteuningsplan voor de komende drie jaar?
Van data naar urgentie
De zesdaagse opleiding Sportadviseur richt zich op professionals die sportclubs begeleiden, ondersteunen en adviseren. Deelnemers werken bijvoorbeeld bij een sportbond, gemeente, adviesbureau of sportserviceorganisatie. In de opleiding draait het niet alleen om kennis van sportclubs, maar ook om adviesvaardigheden, interventiekunde, verandermanagement en datagedreven adviseren.
Volgens docent Lisanne Koster is dat laatste steeds belangrijker. Data helpt adviseurs om verder te kijken dan een losse hulpvraag of een beleidsdoel. “Je bent pas een adviseur op het moment dat je gevraagd wordt,” zegt ze. “In de sportsector gaan we nog vaak ongevraagd met oplossingen naar verenigingen toe, terwijl bestuurders het probleem zelf niet altijd zo ervaren.”
Daarom leren deelnemers hoe zij urgentie kunnen creëren. Niet door data als eindpunt te zien, maar door cijfers te gebruiken om het goede gesprek te voeren. Waar loopt een club tegenaan? Welke ambitie wil de vereniging realiseren, en wat gebeurt er als bestuur, gemeente en omgeving blijven doen wat ze altijd deden?
Anders kijken naar maatschappelijke waarde
Bij de casus kregen deelnemers ook een uitdraai van de Social Handprint. Die maakt zichtbaar welke sociale en ecologische bijdrage een club levert. Voor de geanonimiseerde voetbalclub kwam daar een indicatieve maatschappelijke waarde uit van ongeveer 1,8 miljoen euro per jaar. De club scoorde onder meer hoog op gezondheid, vrijwilligersinzet, sociale samenhang, samenwerking en regulier sportaanbod.
Voor Sander Oostlander, relatiemanager sponsoring en sales bij de Nederlandse Klim- en Bergsportvereniging, zit de waarde vooral in de vertaling. Vanuit zijn functie kijkt hij veel naar partnerships, ledenwaarde en de verbinding tussen sport en commerciële partijen.
“Wat lees ik nou precies? Hoe moet ik het lezen, en hoe moet ik het inzetten? Dat is de vertaling die je moet kunnen maken,” zegt hij.
Volgens Oostlander kan zo’n uitdraai clubs helpen om hun verhaal sterker te onderbouwen. Niet alleen intern, maar ook richting gemeenten, partners en sponsors. Maatschappelijke waarde blijft dan geen abstract begrip, maar krijgt een concreet verhaal.
Niet alleen meten, ook begeleiden
Ook Bram Damen herkent de waarde van datagedreven werken. Hij werkt in de gemeente Westland als clubondersteuner vanuit een welzijnsorganisatie. Daardoor kijkt hij niet alleen vanuit sport naar clubs, maar ook vanuit thema’s als eenzaamheid, financiën, vrijwilligerswerk en sociale ondersteuning.
“Je kijkt dan wel met een andere blik,” zegt Bram over de gegevens uit de casus. “Je gaat echt kijken: wat valt op? Waar valt nog winst te behalen? Hoe vergroot of behoud je de impact van zo’n club?”
Voor Bram geeft data vooral richting aan het gesprek met een club. Waar zit de grootste maatschappelijke waarde? Welke kansen passen bij de club? En welke ondersteuning is nodig om die rol vol te houden?
Tegelijk plaatst hij een belangrijke kanttekening. Niet iedere vereniging hoeft dezelfde maatschappelijke opdracht op te pakken. “Je moet kijken welke kant je als club op wilt,” zegt hij. “We zeggen vaak dat iedere club aanbod voor senioren of mensen met een beperking moet organiseren. Maar je moet ook kijken of die club daarop ingericht is.”
De vraag achter de vraag
Juist daar raakt de casus aan de kern van de opleiding Sportadviseur. Goede ondersteuning begint niet met een standaardoplossing, maar met het achterhalen van de vraag achter de vraag. Soms ligt de urgentie bij een accommodatie die uit zijn voegen barst. Soms bij vrijwilligers die overvraagd raken. En soms bij een gemeente die nieuwe wijken bouwt, zonder scherp te hebben wat dat betekent voor bestaande sportvoorzieningen in de omgeving.
Sportadviseurs hoeven geen onderzoekers of data-experts te zijn. Ze moeten wel weten waar zij informatie kunnen vinden, hoe zij die kunnen duiden en hoe zij data gebruiken om bestuurders, gemeenten en partners in beweging te krijgen.
De casus laat daarmee zien wat de opleiding deelnemers wil meegeven. Niet alleen leren meten wat een sportclub betekent, maar vooral leren adviseren wat er daarna nodig is. Want sportclubs leveren veel op voor hun omgeving. De uitdaging is om die waarde zichtbaar te maken én organisatorisch mogelijk te blijven maken.